Artikel AD: Historisch kanon op zijn plek in Atlantikwall Museum in Den Haag

14-04-2026

Bron AD Wassenaar : Historisch kanon op zijn plek in Haagse bunker, mét wapenvergunning: ‘Nu even je oren dichtdoen’

Geschreven door: Mart de Otter | Foto's door Frank Jansen

Voor het eerst in tachtig jaar viel er weer daglicht in de bunker. Dat gebeurde toen een raam werd opengebroken om een bijzonder kanon naar binnen te takelen. De operatie vergde maanden voorbereiding en kostte de vrijwilligers van het Atlantikwall Museum in Den Haag bloed, zweet en tranen.

Het is nog vroeg in de ochtend als vrijwilliger Timothy een waarschuwing geeft. ,,Ik zou nu even je oren dichtdoen'', zegt hij. Wat volgt is een oorverdovend geluid van een breekhamer die het bovenste deel van een dichtgemetseld raam in de bunker openbreekt. Het is de eerste stap in een operatie die maanden van voorbereiding heeft gekost: het plaatsen van een Duits antitankkanon, de Pak 40, in het complex Widerstandsnest 67 HL. Dat is de bunker van het Atlantikwall Museum op Kijkduin. Deze is goed verborgen onder het zand en de duinbegroeiing.

Krachtige kanon
Eerst over het kanon. Daar zit een bijzonder verhaal aan vast. Het werd aangekocht van Oorlogsmuseum Ossendrecht en stond bijna veertig jaar buiten, met alle gevolgen van dien. Sommige onderdelen waren zo zwaar gecorrodeerd dat ze opnieuw gemaakt moesten worden. Van de Panzerabwehrkanone 40, afgekort Pak 40, waarbij het getal 40 verwijst naar het ontwerpjaar van het kanon, zijn in totaal achttienduizend exemplaren in deze uitvoering gemaakt. Het krachtige kanon kon granaten van 7,5 centimeter afvuren en werd destijds ingezet om tanks uit te schakelen. Locatiebeheerder Kjelt Remmen benadrukt nog eens hoe krachtig dit kanon is.

„Als je een petje op hebt en naast het kanon staat terwijl die afgaat, waait je petje weg. Een geoefende ploeg kon elke zes seconden een granaat afschieten. Als dit kanon jou als tank in het vizier had, was het bijna altijd kansloos. Als de aanwezigheid van dit kanon bekend was, werd geprobeerd dat als eerste uit te schakelen.”

Bijnaam
Tijdens de restauratie in een werkplaats in Sliedrecht, die zo’n 230 uur duurde, kreeg het kanon van de vrijwilligers een bijnaam: het ‘crispy kanon’. „Overal waar je een schroevendraaier tegenaan duwde, kon je erdoorheen prikken”, legt de 14-jarige Lars Remmen, zoon van locatiebeheerder Kjelt Remmen, uit.

Hoewel het kanon dus in slechte staat is, vond de beoordelingscommissie van de Koninklijke Marechaussee het toch nodig dat de stichting achter het museum een wapenvergunning zou aanvragen. „Alleen de kenner kan met het blote oog zien dat het kanon niet meer kan schieten”, zegt locatiebeheerder Remmen

Daglicht
Terug in de bunker. Achter het opengebroken raam stuit Timothy meteen op een muur van zand en puin. Hij pakt een prikstok en prikt schuin naar boven, op zoek naar een doorgang naar het oppervlak erboven.

Die plek waar Timothy en zijn broer Jason, ook een vrijwilliger, naar op zoek zijn is de zogeheten ‘koekkoek’: een brede, twee meter diepe schacht met bovenop een klep, waarmee de Duitsers het daglicht in de bunker konden reguleren.

Ondertussen is de graafmachine gearriveerd, midden in de duinen en boven op de bunker. Als deze zijn werk doet, en weg graaft wat weg moet, valt het eerste daglicht in meer dan tachtig jaar de bunker binnen.

De ruimte die nu zichtbaar wordt is de zogeheten Fluchwache, het dagverblijf waar Duitse soldaten ooit hun diensten doorbrachten. Straks wordt dit de plek waar het kanon komt te staan.

‘Het is passen en meten’
Het kanon is die ochtend vroeg om 06.15 uur vertrokken vanuit de Seyss-Inquart-bunker in Wassenaar en staat in zeven losse onderdelen op een aanhangwagen. Het totale gewicht: 1470 kilo. De loop alleen al weegt 687 kilo, ongeveer evenveel als een koe. Alle onderdelen moeten door een raamopening van slechts ruim 1 bij 1,20 meter naar binnen.

Rond 11.00 uur is het moment suprême daar. Vader Kjelt en zoon Lars hebben samen met andere vrijwilligers de portaalkraan op wielen in elkaar gezet.

De loop hangt enkel aan hijsbanden. Van de mannen wordt opperste concentratie verwacht. Dit is het moment waar de hele dag naartoe is gewerkt. Zo links en rechts zijn wat zweetdruppeltjes op voorhoofden te zien. „Het is passen en meten, onder spanning”, zoals Lars het noemt.

Om 11.20 uur is de loop in zijn geheel binnen. „Wacht, wacht, hij is vrij”, klinkt het door de ruimte. Het kanon wordt losgemaakt van de kettingen en met twee schuifkarretjes in de goede richting mikkend naar de muur gezet.

Één voor één
De zes resterende hoofdonderdelen gaan vervolgens aan de lopende band door het smalle raam. De één na de ander wordt zo naar binnen gehesen en getild. Als het laatste schild naar binnen komt, gaat het tempo omhoog. „Al gaan we tot tien uur vanavond door, het boeit ons geen reet”, grapt Timothy. Een voorbijganger met een kinderwagen helpt zelfs spontaan een pantseronderdeel naar boven tillen.

Om het kanon op zijn onderstel te krijgen, wordt dat met een oerkreet op zijn plek getrokken. Met een uiterste inspanning krijgen de vrijwilligers het uiteindelijk voor elkaar. Dat geeft Lars Remmen de tijd om eindelijk weer op adem te komen.

Hij is het levende bewijs dat passie voor geschiedenis geen leeftijd kent. Sinds zijn zevende loopt de tiener al rond in de bunker en kent hij de 130 meter aan overdekte loopgraven als zijn rechterbroekzak. Vanaf zijn tiende geeft hij rondleidingen aan bezoekers van het museum.

Graafmachine
Eerder op de ochtend nam hij fotograaf Frank Jansen, die het beeld maakte bij dit stuk, en de verslaggever al mee door de gangen. Met zijn vinger omhoog wees hij naar het plafond. „Hoor je dat? Dat is de graafmachine.”

Na de oorlog werd de bunker nog gebruikt als noodwoning. Als het kanon er weer uitziet om door een ringetje te halen en dus museumwaardig is, wordt er een interactief spel geprojecteerd op de de muur, waarbij de kust van Den Haag verdedigd moet worden.

Alle zeven hoofdonderdelen staan binnen in de bunker. Maar wat nu? Sommigen denken al meteen aan de volgende stap. Namelijk de installatie van het kanon. Waar de één toe is aan een welverdiende pauze, wil de ander door om alle onderdelen samen te voegen tot weer een compleet kanon ontstaat. Tussen alle verschillende meningen door spreekt Timothy zich wijs uit: „Hij is binnen. Dat is het belangrijkst.”