Uitspraak in kort geding bunker Seyss Inquart; BOEi gaat in verweer
06-11-2026
De rechter in Den Haag heeft geoordeeld dat erfgoedorganisatie BOEi terecht is uitgesloten van het verkoopproces van de bunker van Seyss Inquart. BOEi was een van de geïnteresseerden om de bunker over te nemen van het Rijksvastgoedbedrijf, maar heeft zich volgens de rechter niet aan de regels gehouden. BOEi heeft bekendgemaakt dat zij in verweer gaat en een klacht indient bij het Rijksvastgoedbedrijf.
Tijdens de tenderfase deelde BOEi haar visie op het gebouw met derden. Ook had BOEi contact gezocht met de andere bieder, een Haagse vastgoedondernemer, om te praten over mogelijke samenwerking en financiering. In het biedboek staat als voorwaarde dat belangstellenden hun plannen en andere informatie niet met derden delen tijdens de verkoopprocedure. Na een integriteitsonderzoek sloot de Staat BOEi uit van het biedingsproces. De erfgoedorganisatie spande een kort geding aan om dat besluit te laten terugdraaien, maar kreeg van de rechter geen gelijk.
BOEi dient klacht in en neemt verdere juridische stappen
BOEi laat het echter niet zitten bij de uitspraak. De erfgoedorganisatie dient een klacht in bij het Rijksvastgoedbedrijf en onderneemt verdere juridische stappen. Non-profit erfgoedorganisatie BOEi schrijft in een persbericht dat zij betreurt dat de rechter haar vorderingen over de bunker Seyss Inquart heeft afgewezen. BOEi dient de klacht in omdat de Staat de partijen volgens de organisatie bij aanvang onvoldoende heeft getoetst op ervaring en trackrecord.
Arno Boon, directeur van BOEi: “De Staat verkoopt geen gewone vierkante meters. Deze plek vertelt over oorlog en bezetting, over het onder de voet lopen van de democratische rechtsstaat én over de vraag hoe wij onze democratie weerbaar houden. Het algemene erfgoedbelang moet zwaarder wegen dan een snelle verkoop of een beperkte opbrengst.”
Geen onomkeerbare stappen zolang rechtsmiddelen openstaan
BOEi roept het Rijk op gedurende de termijn voor hoger beroep geen verdere stappen richting gunning of levering te zetten. Een hoger beroep schort een verkoop niet automatisch op. BOEi doet daarom uitdrukkelijk een beroep op bestuurlijke zorgvuldigheid.
Boon: “Wij zijn teleurgesteld, maar dit vonnis geeft geen vrijbrief om de bunker zonder verdere afweging aan De Wilde te gunnen. Het Rijk heeft zelf verklaard dat BOEi het hoogste bod deed en als meest aanvaardbare partij naar voren kwam. Dan is moeilijk uit te leggen waarom een partij die niet de juiste ervaring of trackrecord heeft in aanmerking komt. Het is inderdaad alsof je voor foutparkeren je rijbewijs kwijtraakt. Er is geen contact geweest tussen De Wilde en BOEi, wat betekent dat de rechter te kort door de bocht gaat in zijn oordeel. En: Het Rijk kan ook zelf eigenaar blijven of kiezen voor een nieuwe, werkelijk transparante procedure die het meest geschikte eigenaarschap centraal stelt”.

Stichting WO2 Sporen vraagt onafhankelijk onderzoek
Naast BOEi is ook Stichting WO2 Sporen bezorgd over de toekomstige plannen met de Seyss Inquart bunker. Het lokale nieuwsplatform Wassenaarders publiceerde voorafgaand aan de uitspraak dat de stichting een onafhankelijk onderzoek vraagt naar de toetsing van de toekomstige eigenaar en de waarborgen voor de herbestemming van Commandopost Clingendael. Het Rijksvastgoedbedrijf weigert volgens Wassenaarders een formele klacht van Stichting WO2 Sporen over de verkoop van de bunker volgens de Algemene wet bestuursrecht te behandelen.
Stichting WO2 sporen geeft aan dat uit de beschikbare openbare informatie blijkt dat Jeroen de Wilde ervaring heeft als vastgoedinvesteerder en eigenaar van monumentale panden, maar niet dat hij beschikt over specifieke ervaring met het beheer van dadererfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens Stichting WO2 Sporen beschikken noch Jeroen de Wilde, noch zijn bedrijf over de status van Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM). De stichting vraagt hoe het RVB de deskundigheid en organisatorische capaciteit voor het duurzame beheer van dit bijzondere dadererfgoed heeft beoordeeld.
Ook is volgens Stichting WO2 Sporen Instituut Clingendael niet op de hoogte van het feit dat het in de herbestemmingsvisie van Jeroen de Wilde is opgenomen. Dit roept bij de stichting aanvullende vragen op over de verificatie van de ingediende plannen.
Tot slot heeft de stichting vragen over de juridische borging. Ze wil weten welke concrete verplichtingen, toezichtmechanismen en sancties in de definitieve overeenkomst worden opgenomen en wat daarvan bij doorverkoop overeind blijft. Deze vragen komen voort uit de gepubliceerde concept-koopovereenkomst van 10 maart 2025. Daaruit blijkt niet dat de koper verplicht wordt de volledige geselecteerde herbestemmingsvisie binnen vastgestelde termijnen uit te voeren.
Kamercommissie
Op donderdag 5 en maandag 9 november vergadert de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. BOEi vindt dat de Tweede Kamer de kans moet krijgen zich uit te spreken voordat het Rijksvastgoedbedrijf een onomkeerbare stap zet. Een gunningsbeslissing daags na de uitspraak, op woensdag 4 november, zou de politiek volgens BOEi voor een voldongen feit kunnen plaatsen. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening antwoordde vorige week mede namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op Kamervragen dat de openbare verkoopprocedure zorgvuldig is verlopen.
BOei vraagt om openheid over uitgevoerde toets
Volgens het biedboek beoordeelde de selectiecommissie geanonimiseerde herbestemmingsvisies. De notaris vervulde een afzonderlijke proces- en controlefunctie. Het werk van de notaris was niet openbaar. Daarom vraagt BOEi het Rijksvastgoedbedrijf in haar klacht om openheid over de uitgevoerde toets. BOEi schrijft in haar persbericht dat monumentenbescherming bij wet alleen geen publieke toegankelijkheid of educatieve functie garandeert. Ook de eerdere publieke discussie over de verkoop van Noordeinde 64/64A in Den Haag onderstreept volgens BOEi hoe belangrijk een transparante en controleerbare verkoop van rijksmonumentaal vastgoed is.
